print this page

“Juridische constructies” te melden in de aangifte Personenbelasting: wat wordt geviseerd?

07.10.2014

In de aangifte Personenbelasting aanslagjaar 2014 moet u als belastingplichtige, helemaal achteraan in deel  1 van de aangifte, meer bepaald in de rubriek XIII.C., melden of “u, uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner met wie u deze gezamenlijke aangifte indient, of één van uw niet ontvoogde minderjarige kinderen, een oprichter is van een juridische constructie als bedoeld in artikel 2, § 1, 13° en 14°, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, of bij uw weten op enigerlei wijze of ogenblik, begunstigde of potentieel begunstigde van zo’n constructie”.

In vorige aangiftes Personenbelasting werd reeds de vraag gesteld naar het bestaan van buitenlandse bankrekeningen en buitenlandse levensverzekeringen.  Nu gaat men dus een stapje verder, en vraagt men melding te maken van “juridische constructies”.  Als deze bestaan, als oprichter of (potentieel) begunstigde, moet men in de aangifte de naam en voornaam van de oprichter of (potentieel) begunstigde vermelden, en naast code 1077-87 het vakje “ja” aankruisen.

Uiteraard zoekt de wetgever hiermee naar constructies die vermogen en inkomsten afschermen voor de fiscus, om op termijn de begunstigden hiervan te belasten.

Welke “juridische constructies” worden hiermee geviseerd ? Wanneer speelt de meldingsplicht ?

In eerste instantie is er meldingsplicht voor “trusts”,“stichtingen”, “Anstalts” en aanverwante constructies.  Het gaat hierbij om rechtsverhoudingen waarbij een vermogen wordt afgestaan of overgedragen aan een beheerder, die het moet beheren voor rekening van één of meer begunstigden, of voor een bepaald doel.  Daarbij wordt geen tegenwaarde verstrekt aan de oprichter.  Een dergelijke “juridische constructie”  vormt een apart vermogen ten overstaan van het privaat vermogen van de oprichter.  De meldingsplicht geldt voor binnenlandse en buitenlandse constructies.

In tweede instantie is er meldingsplicht voor rechtspersonen in een fiscaal vluchtoord.  Het gaat hierbij om buitenlandse rechtspersonen die hun zetel hebben in een land waarin zij niet aan inkomstenbelasting onderworpen zijn of, voor wat betreft inkomsten van kapitalen en roerende inkomsten, aan een aanzienlijk gunstiger belastingregime dan in België.  Het K.B. van 19 maart 2014 heeft deze rechtspersonen die onder de meldingsplicht vallen vastgelegd in een limitatieve lijst, te consulteren volgens link hierbij.

De juridische constructies moeten enkel gemeld worden door de belastingplichtige, zijn echtgeno(o)t(e), wettelijk samenwonende partner of hun minderjarige kinderen voor zover zij oprichter zijn van dergelijke constructie, ofwel (potentieel) begunstigde.  De facto worden de personen geviseerd die in dergelijke “juridische constructie” goederen of rechten hebben ondergebracht, of er erfgenaam van zijn, alsook de personen die houder zijn van de juridische rechten van de aandelen.   M.a.w.  iedereen die er een economisch belang bij heeft.

Moeten niet worden gemeld in de aangifte Personenbelasting : een gewone buitenlandse vennootschap en een buitenlandse vaste inrichting van een Belgische vennootschap, buitenlandse holdings onderworpen aan een normaal belastingregime die gebruik maken van een vrijstellingsregeling voor dividenden en meerwaarden (bijvoorbeeld een Luxemburgse Soparfi, een Nederlandse BV).

Ook een maatschap of een stichting administratiekantoor moeten niet worden gemeld, omdat men daarbij geen afstand doet van eigendom of vermogen zonder een gelijkwaardige tegenwaarde te ontvangen.

Terug naar het overzicht